Veel renovatie, maar herstructurering blijft nodigDe drie corporaties in Den Haag, Haag Wonen, Staedion en Vestia, beraden zich op de nieuwe opgaven. De bouwcrisis heeft de nieuwbouw in een aantal Haagse wijken tot stilstand gebracht. De komende vier jaar zal vooral duurzame renovatie van bestaande woningen, intensieve bewonersparticipatie en bescheiden nieuwbouw centraal staan. Wat betekent dit voor de bouwopgave?
Renovatie leidend
De kanteling van sloop/nieuwbouw naar renovatie is reeds in 2009 ingezet. Nieuwbouwprojecten in Den Haag zijn voor een deel stopgezet of voor zover ze al in aanbouw waren omgezet in huurwoningen. De komende vier jaar betekent dit bijvoorbeeld in Den Haag Zuidwest een situatie van kleinere vernieuwing met daar omheen renovatie van een beperkt aantal wooncomplexen.Wel is er opvallend veel aandacht voor duurzaamheid in de renovatieopgaven. Hoogniveau renovatie is eigenlijk nog de enige denkbare aanpak, met als uitgangspunt de afspraken uit het onlangs afgesloten convenant tussen het Rijk en Aedes. Voor de bestaande bouw is het de bedoeling in de komende 10 jaar ten minste 20 procent te besparen op het gasverbruik. Voor nieuwbouw is de doelstelling het energieverbruik per 1 januari 2011 te verlagen met 25 procent.
Vanaf 1 januari 2015 moet dat 50 procent zijn. Aedes en Woonbond hebben als doel om bij ingrijpende woningverbetering de woningen op het niveau van Energielabel B te brengen (of het Energielabel na woningverbetering met minimaal twee klassen te verbeteren).
Karin van Dreven, directeur van woningcorporatie Haag Wonen, beaamt dat er een kentering gaande is. Er is meer aandacht voor renovatie en voor participatie van de bewoners. Renovatie is volgens haar een goede optie gezien de verrassend goede basiskwaliteit van Haagse woningen, vergeleken met die van Rotterdam en Amsterdam.
De nieuwe opgave is vooral een nieuwe aanpak?
Zo op het eerste gezicht eigenlijk weinig aan de hand. De huidige bewoners kunnen blijven wonen in hun goedkope huurwoning. De corporaties zullen bij bepaalde complexen beperkte renovatie uitvoeren aan kozijnen, cv en sanitair en andere zullen op duurzame wijze voor de komende 25 jaar worden gerenoveerd. De woonomgeving wordt opgeknapt, schoongemaakt en zo gehouden. Niet meer dan terecht, aangezien bewoners in sommige complexen al jaren wachten op sloop van hun woning. De woonomgeving is daar nu vaak erg verwaarloosd. Mogelijk kan er budget vanuit de krachtwijken worden geïnvesteerd in de herinrichting van de vaak lege binnenplaatsen in Zuidwest. Het aantal sociale woningen neemt niet af en de meeste bewoners worden niet geconfronteerd met hogere woonlasten.Voor het op peil houden van kwantiteit én kwaliteit van de sociale woningvoorraad zullen we dus meer afhankelijk zijn van renovatieopgaven. Hierbij is het van belang dat wethouder Norder duidelijke en strenge productieafspraken maakt met de drie Haagse corporaties.
Verder betekent dit alles een verlegging van het aantrekken van nieuwkomers naar aandacht voor de huidige bewoners van deze wijken en buurten. Deze kentering is goed zichtbaar in de samenvatting van het Jaarverslag 2009 van Haag Wonen: ‘Gewoon doen wat nodig is’. Stimuleren van bewonersparticipatie is het nieuwe credo. Hoe gaat Haag Wonen deze nieuwe aanpak uitvoeren? Hoe staat het bijvoorbeeld met het project ‘Klussen in de wijk’? Deze zogenoemde kluswoningen kunnen erg goed zijn voor de sociale cohesie in de buurt. Den Haag is toe aan een experiment op dit terrein, zoals eerder op succesvolle wijze gebeurde in de Rotterdamse wijk Spangen. Deze nieuwe aanpak is weliswaar meer bouwblok- en minder gebiedsgericht, maar dat hoeft geen probleem te zijn.
Wooncarrière
Een wooncarrière maken binnen de eigen wijk wordt wel moeilijker. Terwijl uit onderzoek juist blijkt dat 40% van de vertrekkers (vaak naar een grotere of betere woning), graag in hun eigen wijk willen blijven wonen. Bewoners hebben vaak een binding met hun eigen wijk en daardoor een grote sociale betrokkenheid. Veel groter dan die van nieuwkomers.De crisis maakt het moeilijker om nieuwe stappen te zetten in de wooncarrière. Corporaties gaan dan ook juist nu meer nieuwbouwwoningen aanbieden aan lage middeninkomens. Stadswoningen met twee lagen en een goede buitenruimte.
Belangrijke voordelen van de crisis is dat iedereen op het netvlies heeft dat kwaliteit leidend moet zijn bij nieuwbouwprojecten en dat nieuwbouwwoningen zo’n 20% goedkoper zijn geworden.
Het nieuwe stapelen
Het NRC schrijft op 19 oktober jl.: “Het nieuwe stapelen maakt de binnensteden vitaler.” Kan deze verdichting van de stad kansen bieden aan bepaalde gebieden en doelgroepen? Gezinnen willen weer terug naar de stad. Ook dat is een kentering. Wat betekent dit voor de marktpartijen? De corporaties bouwen naar waarschijnlijkheid in de komende vier jaar circa 250 nieuwbouwwoningen per jaar in Den Haag Zuidwest. De markt zal dus ook een rol moet spelen.Gebieds- en vastgoedontwikkelaar AM is nog steeds actief op een aantal plekken in de stad, maar wel op een kleinere schaal. Projecten van 60 woningen. Een probleem is dat de financiering van woningen een steeds grotere vertragende factor aan het worden is. Zo komt het nu al voor dat hypotheekverstrekkers er maanden over doen voor ze een hypotheek afgeven. Zo gaat de noodzakelijke voorverkoop, voordat een nieuwbouwproject kan starten, wel erg langzaam.
AM Adjunct-directeur Franks Geers stelt dat banken heel goed andere criteria zouden kunnen hanteren voor nieuwbouwwoningen dan voor bestaande bouw. Door de goede isolatiewaarde van nieuwbouw is het energieverbruik immers lager en dus ook de woonlasten. Er is door de bouwsector al eerder bepleit om deze besparing te vertalen in een hogere hypotheekverstrekking van zo’n 30.000 euro bij de aankoop van een nieuwbouwwoning. Dit kan juist de starters op de koopmarkt, waaronder de huidige bewoners van Den Haag Zuidwest, over de streep trekken.
Daarnaast zal de markt ook meer doelgroepgericht moeten bouwen, andere woningtypen moeten aanbieden en meer flexibiliteit in de plattegrond van de woning.
Herstructurering blijft nodig
Op de langere termijn, van vier tot acht jaar, ziet het beeld er anders uit. Herstructurering levert namelijk wel degelijk een bijdrage aan de (economische) herwaardering van de woonomgeving. Dit blijkt duidelijk uit de tweejaarlijkse Staat van de Herstructurering. Daar moet dus op beperktere schaal wel mee worden doorgegaan.Over een jaar of zes tot acht zal er naar alle waarschijnlijkheid sprake zijn van een kwaliteits-probleem van de bestaande woningvoorraad. Eerdergenoemde kleine renovatiemaatregelen leveren voor de lange termijn geen goede, duurzame woningen op. De binnenruimten blijven klein, de buitenruimten zijn vaak onbruikbaar, liften zijn vaak een luxe en het energieverbruik is hoog. De wooneisen worden steeds hoger en gelden alle inkomensgroepen. Het is maar de vraag of dergelijke woningen op de langere termijn überhaupt nog te verhuren zijn.
Tevens zijn echte verbeteringen van de woonomgeving (meer grondgebonden woningen, beschutte buitenruimten, overdekte parkeeroplossingen en dus autovrije woonstraten) niet mogelijk. Er moet stedenbouwkundig op een groot aantal plaatsen in bijvoorbeeld Den Haag Zuidwest dus wel wat gebeuren.
Toch hoeven deze woningen, die in ieder geval voor gezinnen echt niet meer aantrekkelijk zijn, niet meteen te worden gesloopt. Een deel van deze voorraad zou beschikbaar kunnen worden gesteld voor studenten en andere groepen die baat hebben bij een goedkope, meer tijdelijke woonruimte.
Tenslotte het bevorderen van de doorstroming en dus ook het tegengaan van het zogenoemde scheefwonen. Dit zal de komende jaren heel moeilijk op gang komen. De slechte verkoopbaarheid van nieuwbouwappartementen zijn daar de eerste tekenen van. Indien inderdaad blijkt dat de voorraad beschikbare sociale woningbouw te gering is, of op zijn minst in een aantal stadsdelen aan de krappe kant, dan is ook het scheefwonen een belangrijk item.
Landelijk beleid als smeerolie?
Ook het nieuwe kabinet wil iets gaan doen aan het zogenoemde scheefwonen. Gezien de eerdergenoemde ontwikkelingen is een grondige aanpak niet erg realistisch. Er zijn immers weinig alternatieven voorhanden. Wellicht kan de Tweede Kamer in ieder geval een driejaarlijkse inkomenstoets voorschrijven, om zo de hoge inkomens uit de goedkope huizen te halen.Uiteindelijk is er ook de mogelijkheid om meer sociale woningen te verkopen. Maar zoals het NRC schreef op 20 oktober jl. zijn huurders beducht zijn om hun huurhuis te kopen.
Daarbij zullen, door de economische situatie en de grote bezuinigingen van het kabinet, meer Hagenaars aanspraak willen en kunnen maken op een sociale huurwoning. Het is dus maar de vraag of we wel voldoende sociale woningen hebben, zeker na jaren van sloop en duurdere nieuwbouw. Zeer waarschijnlijk zal de wachtlijst voor een sociale woning hoog oplopen.De woningcorporaties lijken zich nog geen zorgen te maken. Zo willen Staedion en Vestia meer van hun bezit gaan verkopen. Enkele honderden woningen per jaar. Tot voor kort verkochten de drie corporaties enige tientallen tot honderd woningen per jaar. Geen grote aantallen en meestal niet aan de zittende huurders.
Gezien de ontwikkelingen op de Haagse woningmarkt dus geen situatie waardoor het fenomeen scheefwonen zal afnemen.
Ik ben benieuwd wat het kabinet aan stimulerende maatregelen gaat invoeren. Want dat smeerolie vanuit het Binnenhof noodzakelijk is, dat moge duidelijk zijn.
Jos de Jong, PvdA-raadslid
December 2010
Dit artikel is mede tot stand gekomen naar aanleiding van het eerste stadsgesprek van de PvdA over Wonen en Bouwen in Den Haag op 27 oktober jongstleden.In de nabije toekomst zal de PvdA Den Haag een vervolgsessie organiseren toegespitst op de (on)mogelijkheden ten aanzien van het aanpakken van ‘scheefwonen’.